De zes pijlers van mijn hosselpensioen

De zes pijlers van mijn hosselpensioen

Gezond oud worden op het Spaanse platteland?

Door de keus om financiële zekerheden los te laten zit ik er niet gegarandeerd warmpjes bij later, mocht ik oud worden. Maar jij misschien ook wel niet. Het Nederlandse pensioenstelsel staat onder druk en de AOW wordt steeds minder betaalbaar. Het wordt tijd om op een andere manier naar pensioen en oud worden te gaan kijken: het hosselpensioen. Die van mij bestaat uit zes pijlers.

Pensioenleeftijd: van 61 jaar naar 70+

Begin deze eeuw gingen mensen gemiddeld op hun 61e met pensioen. Tussen 2007 en 2016 steeg de gemiddelde pensioenleeftijd van 61 naar 64 jaar en 5 maanden. Die stijging zet de komende jaren door. Iemand nu 40 is, ontvangt naar verwachting AOW en pensioen als hij of zij 70 is. Mensen die jonger zijn, moeten nog langer doorwerken. Dat betekent dat jongere generaties gemiddeld tien jaar later met pensioen kunnen dan de huidige gepensioneerden.

Ik denk dat het nog helemaal goed kan komen als je het heft in eigen handen neemt.

Daarbij zijn de pensioenregelingen versoberd en staat de toekomst van ons pensioenstelsel onder druk vanwege de sterk afgenomen verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal gepensioneerden. Vrolijk verhaal hè? Ik denk dat het nog helemaal goed kan komen als je het heft in eigen handen neemt en op een andere manier naar je pensioen en je pensioenleeftijd gaat kijken. Hoe jonger je daarmee begint, hoe meer mogelijkheden je hebt.

Zes pijlers

Ruim voordat ik op mijn 43e mijn kantoorbaan aan de wilgen hing, was ik al aan het nadenken over een hosselpensioen. Ik wilde zeker niet tot mijn 70e in loondienst blijven werken. Bovendien had ik steeds minder vertrouwen in ons pensioenstelsel en het voortbestaan van de AOW. En dus besloot ik dat ik zelf extra voorzieningen moest treffen. Kleine beetjes die samen leiden tot meer keuzevrijheid. En een andere manier van denken. Dit zijn de zes pijlers van mijn hosselpensioen:

1. AOW

Ons pensioenstelsel is gebaseerd op de gedachte dat iedereen AOW krijgt. Wat je aan pensioen opbouwt, is een aanvulling daarop. In 2018 bedraagt de netto AOW voor alleenstaanden 1107 euro per maand en voor stellen 1524 euro per maand. Op dit moment krijgt iedereen in Nederland AOW, ook al heb je 5 miljoen op de bank staan. De vraag is of dit zo blijft. Door de toename van het aantal gepensioneerden ten opzichte van het aantal werkenden, wordt de AOW steeds lastiger op te brengen.

In mijn geval weet ik zeker dat ik niet op een volledige AOW-uitkering moet rekenen. Voor elk jaar dat ik niet in Nederland woon, verlies ik 2% aan AOW-rechten. Als ik vanaf nu in Spanje blijf, heb ik straks recht op ongeveer een halve AOW-uitkering. Maar goed, het is een begin.

2. Pensioen

Je kunt opzoeken hoeveel pensioen je tot nu toe hebt opgebouwd, maar aan die bedragen kun je geen rechten ontlenen. Wat er uiteindelijk uitgekeerd wordt en hoe het gaat aflopen met ons pensioenstelsel is onzeker. In de jaren dat ik in loondienst was, heb ik een beetje pensioen opgebouwd. Het is afwachten wat ik daar uiteindelijk van terug ga zien. Alle beetjes helpen.

In Nederland komt beduidend meer armoede voor bij mensen die vlak vóór hun pensioen zitten dan bij gepensioneerden zelf.

Er zit (los van de onzekerheid) een ander nadeel aan AOW en pensioen: beide bedragen ontvang je pas na je officiële pensioendatum. In mijn geval is dat vlak voor mijn 70e.  Tot die tijd moet je jezelf zien te redden. En dat is nu al een serieus probleem aan het worden. In Nederland komt beduidend meer armoede voor bij mensen die vlak vóór hun pensioen zitten dan bij gepensioneerden zelf.

3. Hypotheek aflossen

En dus is het handig om meer ijzers in het vuur te hebben dan alleen AOW en pensioen. Al was het maar om eerder te kunnen stoppen met werken of om onvrijwillige werkloosheid op te vangen. Wie komt er nog aan het werk als ie na zijn 60e ontslagen wordt? En wie houdt het überhaupt vol om tot zijn 70e in loondienst te blijven werken?

De derde pijler van een solide hosselpensioen is het aflossen van de hypotheek. Daar heb je al lol van lang voordat je met pensioen gaat, want elke aflossing maakt je maandlasten lager. Minder vaste lasten betekent dat je minder inkomsten nodig hebt of meer kunt sparen. Een grotendeels of volledig afgeloste hypotheek heeft nog een ander voordeel. Mocht het nodig zijn, dan kun je in het uiterste geval je huis verkopen.

Ik was ruim voordat Project Lonica ontstond al begonnen met aflossen op mijn hypotheek. Als ik naar Spanje verhuis, ga ik hypotheekvrij wonen (met dank aan de lagere huizen- en grondprijzen). Een andere manier om versneld van je hypotheek af te komen is kleiner gaan wonen, zoals Kees en Erica deden.

4. Sparen of beleggen

Het ligt voor de hand, maar er zijn waarschijnlijk niet veel mensen die het doen: creëer een pot met geld voor later waar je helemaal vrij over kunt beschikken. Waarmee je je eigen vroegpensioen zou kunnen financieren of waaruit je de extra’s kunt betalen als je met pensioen bent. Mijn eigen beleggingen zijn nog zeer bescheiden. Als ik de kans krijg, ga ik dat potje aanvullen.

Beleggen levert op de lange termijn beduidend meer op dan sparen. Ik schreef eerder een blogpost over de ethiek van beleggen en worstel daar nog steeds een beetje mee. Je zou anders ook voor deposito’s kunnen kiezen.

Het basisprincipe van de vierde pijler is dat het ‘vrij geld’ is: je kunt zelf bepalen wanneer en hoe je dit potje gebruikt.

Vroeg beginnen en consequent doorgaan loont de moeite. Stel dat je vanaf je 30e elk jaar 1.000 euro zou wegzetten en je rekent met een (erg conservatief) rendement van 4% per jaar, dan heb je op je 60e een kapitaal van 58.328 euro. Dat is vrijwel een verdubbeling van je totale inleg.

Uiteraard zijn er nog andere manieren om je geld te investeren of te laten groeien. Het basisprincipe van de vierde pijler is dat het ‘vrij geld’ is: je kunt zelf bepalen wanneer en hoe je dit potje gebruikt.

5. Uitgaven laag houden

I make myself rich by making my wants few, zei Henry David Thoreau ooit (met dank aan Meer Geld Minder Stress, waar ik deze mooie quote las). Je hoeft natuurlijk niet alleen te sleutelen aan de inkomstenkant. Je uitgaven verlagen zet net zoveel zoden aan de dijk. Als je van minder geld gaat leven, sla je twee vliegen in één klap: je hebt straks minder geld nodig én je kunt nu meer geld opzij zetten. Het maakt je bovendien beter bestand tegen een terugval in inkomen of (tijdelijke) werkloosheid. Sowieso betekent structureel minder geld uitgeven bijna altijd dat je duurzamer gaat leven. Hoe mooi is dat?

6. Je ikigai vinden en niet stoppen op je 70e

Dit is de meest radicale pijler van het hosselpensioen. Waarom zou je moeten stoppen met werken op je 70e? Het idee om nóg langer door te gaan, klinkt ongetwijfeld als een verschrikking als je je werk niet leuk vindt. Maar wat als je zou gaan doen wat je leuk vindt? Hoe erg is het dan om daar gewoon mee door te gaan? Ik geloof niet meer zo in het ouderwetse idee van werken en dan met pensioen. Zeker niet als dat werken ploeteren is en dat pensioen het Grote Genieten. Dat was misschien een acceptabel vooruitzicht toen je nog op je 61e kon stoppen (hoewel, eigenlijk toen ook al niet).

Ik geloof niet meer in het ouderwetse idee van werken en dan met pensioen.

Ik schreef eerder in mijn blogpost over ikigai over de inwoners van de Okinawa eilanden in  Japan, waar een zeer hoog percentage 100-jarigen woont. Een van hun geheimen is dat ze tot op hoge leeftijd doorwerken. Niet in een kantoorbaan, maar met hun handen. Ze kweken planten, ze maken kleren of ze koken maaltijden. Om maar wat te noemen. Het gaat allemaal op een wat lager pitje, maar deze mensen vergaren tot op hoge leeftijd nog inkomsten.

Inwoners van de eilandengroep Okinawa zijn ervan overtuigd dat de dood hen snel komt halen zodra ze op de bank gaan zitten niks doen.

Het feit dat deze mensen nog elke dag een reden hebben om hun bed uit te komen (hun ikigai), houdt de mensen van Okinawa langer gezond. Ze zijn ervan overtuigd dat de dood hen snel komt halen zodra ze op de bank gaan zitten niks doen. Als ik plezier heb in wat ik doe, dan wil ik na mijn 70e ook graag door met mijn bezigheden. Zoals Marleen van 73 nog dagelijks voor haar ezels zorgt.

Gezond en gelukkig

Zolang ik fysiek fit genoeg bent om de dingen te doen die me voldoening geven, gaat het goed. Samen met wat financiële risicospreiding en ondanks die halve AOW-uitkering en dat gapende pensioengat. Gezond en gelukkig zijn en blijven, daar zit de echte crux. Ik voel alweer een nieuwe blogpost aankomen.

Gerelateerd: Gezond, gelukkig en oud

19 gedachten over “De zes pijlers van mijn hosselpensioen

  1. Ik ga ruuuuuiiiim voor mijn 70ste stoppen met mijn huidige baan met een flinke buffer en dan lekker ikigaien zolang als dat ik er zin in heb. Zonder die buffer vind ik te eng. Knap dat jij dat wel doet!

  2. Je kunt je vrijwillig verzekeren voor de AOW zodra je emigreert zodat je wel volledig recht heb op AOW als je je pensioen gerechtigde leeftijd bereikt. Volgens mij weet het SVB (sociale verzekeringsbank) hier meer over.
    Grtjs, Astrid C.

  3. De dingen die je vreest zijn in het echt nooit zo eng als ze van te voren leken. Het is heerlijk als je dingen in je leven hebt die je zo graag doet dat je ze wel tot je 100e zou willen blijven doen.

  4. Leuke term heb je bedacht met hosselpensioen. Dat ga ik ook doen. Ik wil met 2-3 jaar stoppen met mijn huidige baan.; ik ben dan 61-62 jaar. AOW duurt dan nog circa 5 1/2 jaar. Onlangs een pensioengesprek gehad bij mijn werkgever. Viel een beetje tegen maar met m’n 65e krijg ik al wel pensioen, met mijn 67e nog een stukje en op 68 jaar nog een heel klein beetje. De hypotheek op mijn appartement is sinds een half jaar geleden afgelost. Sparen en beleggen doe ik ook al. Is wel nodig om de eerste jaren te overbruggen. De uitgaven zijn onder controle maar wel met ruimte om ook leuke dingen te doen. Wellicht te zijner tijd een part-time baantje om onder de mensen te blijven, wat vrijwilligerswerk of zo, wandelen, boeken lezen etc. Mijn idee van ikegai.

  5. Je vergeet bij de aow bedragen voor gepensioneerde met een jongere partner.
    Voor de partner 0.00 en zelf krijg je maar 600 (zonder heffingskorting) per maand, met een 5 jaar jonger partner, zoals in ons geval, en een oplopende pensioenleeftijd hebben wij nu 7 jaar lang samen 600 aow per maand.

    Een aanzienlijk extra risico bij een jongere partner

    1. Ik heb inderdaad alleen de bedragen genoemd van een alleenstaande met AOW en een echtpaar waarvan beiden de AOW-leeftijd hebben bereikt. Het probleem dat jij schetst is de reden waarom er meer armoede voorkomt bij mensen die vlak vóór hun pensioengerechtigde leeftijd zitten dan bij gepensioneerden zelf. Dat gaat de komende jaren – zoals je zegt – alleen maar erger worden.

  6. Ik ben van 1950 ik ben met 65 en 6 maanden Mijn AOW is is €750 Mijn vrouw is 5 jaar zijn werkt niet zij heeft ook nog nooit gewerkt Ik heb 50 jaar gewerkt wordt nu gestraft Waarom krijg ik1100€ Ik heb 70000 op mijn bank Ik zit niet in levensverzekering dus ik moet even opmaken

  7. Een zevende pijler (voor velen)

    Je rekent niet op een erfenis. Maar veel jongeren hebben ouders met een koophuis en soms ook nog geld op de bank.
    Vaak is het huis geheel of grotendeels afgelost. Een erfenis kan zomaar een ton of soms nog veel meer opleveren. Als je dat bedrag belegt (indexbeleggen is het handigste, goedkoopste en rendabelste op termijn) dan kan je daar jaren lang mee uit de voeten.

    1. Klopt, maar een erfenis is inderdaad niet iets waar ik rekening mee hou. Ik moedig mijn ouders nog steeds aan om alles op te maken 😉 En ik hoop een jaar of 70 te zijn, tegen de tijd dat een erfenis aan de orde is.

  8. Goed om te zien dat jij ook geen ambitie hebt om te pensioneren. Pensioen is een bedacht concept. Toen pensioen ooit (in 1884 voor de Duitse kanselier Biscmarck) in het leven geroepen is was de pensioenleeftijd…. 70. 100 jaar later werden we 30 jaar ouder en gingen we 10 jaar eerder met pensioen omdat we zijn gaan geloven dat het doel van pensioen is ‘van het leven genieten’. Maar dat moet je altijd doen.
    Pijler 6 is dus de meest logische. Het is een zegen als je gezond en fit genoeg bent om te blijven werken. Aantoonbaar wordt je dan ouder en gelukkiger. Wel moet je af en toe eens een ‘tussenpensioen’ nemen
    Maar wel af en toe een tussenpensioen nemen. Ik schreef er dit boek over: bol.com/nl/p/reis-rond-de-wereld-in-je-beste-jaren/9200000061168500/
    (de eerste 3 mensen die mij een email sturen krijgen het boek van mij cadeau)

    1. Ik heb je boek gelezen! Helemaal eens, we zitten veel te veel in het idee dat we eerst gaan werken en dan gaan genieten. Je kunt beter zorgen dat je geniet van je werk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *