Proloog

Er is een Lonneke van vóór de zomer van 2015 en eentje van daarna. De Lonneke van vóór de zomer was een ooit-dromer. Iemand die het op papier prima voor elkaar had. Een luxe appartement in de mooiste stad van de wereld, gezond als een vis, een goed betaalde baan en een leuk sociaal leven. En toch sluimerde er een ongenoegen. Een is-dit-alles gevoel. Ze werkte niet met hart en ziel, maar met haar hoofd. Ze vroeg zich na een dag vergaderen, bellen, e-mailen, afstemmen, stukken schrijven en adviseren regelmatig af wat ze nou eigenlijk had gedaan. En of dat niet anders kon. Ze fantaseerde weleens over een heel ander leven. Iets met een moestuin en met dieren, elke dag buiten zijn, je vies maken.

Maar ja, die fantasieën waren natuurlijk helemaal niet realistisch. Ze kon moeilijk van de wind gaan leven. Bovendien kon ze helemaal niet zonder het leven in de stad. En bovendien was ze helemaal niet zo ondernemend. En bovendien zou ze een leven dichtbij de natuur uiteindelijk maar saai gaan vinden en de intellectuele uitdaging van een serieuze baan missen. En bovendien moest ze voor een radicaal ander leven honderd dingen leren die ze helemaal niet kon. En bovendien durfde ze zekerheden als een vast contract en een eigen huis helemaal niet op te geven. Dacht ze.

Pelgrimage

Van mei tot september 2015 nam ik vrij van mijn kantoorbaan. Ik wilde mijn tocht naar Santiago de Compostela afmaken. En ik wilde iets met een moestuin en met dieren, elke dag buiten zijn, je vies maken. Ik was in 2010 ooit eens vanuit huis vertrokken en had de jaren daarna steeds een stukje richting Santiago gelopen. Op 3 mei 2015 stapte ik uit de trein in Paray-le-Monial in het zuiden van Bourgondië, nog zo’n 1750 km verwijderd van Santiago. Ik was benieuwd hoe ik het zou vinden om ruim vier maanden van huis te zijn, om vier maanden overgeleverd te zijn aan de elementen en uit een rugzak te leven. Ik vond het heerlijk. Mijn leven werd teruggebracht tot de essentie: lopen, eten, slapen en ontmoeten. Alle opsmuk was weg, rangen en standen deden er niet meer toe en luxe was een kop dampende soep na een dag lopen in de regen.

Je weet het pas als je het probeert

Op 20 juli 2015 kwam ik in Santiago aan. Op 24 juli meldde ik mij bij het Ezelparadijs in Asturias voor zes weken vrijwilligerswerk: 26 ezels, twee paarden, acht katten, zes honden en een moestuin. Op ‘Sunday Funday’ na, was elke dag in grote lijnen hetzelfde. Om kwart over zeven opstaan, katten en ezels voeren, ezels naar de wei brengen, ontbijten met havermoutpap, stallen schoonmaken, voor zes tot twaalf mensen lunch koken, siësta, katten voeren, ezels terug naar de stallen brengen, ezels voeren, borrelen, eten koken, eten en naar bed. Heerlijk vond ik het.

Inmiddels was er in mijn hoofd van alles gaan kantelen. Verschillende aannames die ik over mezelf had gedaan, bleken in de praktijk niet te kloppen. Ik heb de mooiste stad van de wereld in vier maanden tijd geen minuut gemist. Ik miste de intellectuele uitdaging ook niet. En hoe zat het eigenlijk met al die andere aannames? Ik koos een nieuw motto: je weet het pas als je het probeert. In die laatste weken begon het in mijn lijf te borrelen en te kriebelen. Steeds meer losse eindjes kwamen bij elkaar. Vage beelden werden scherper. Ik ontdekte dingen van mezelf die ik ergens wel wist, maar nooit zo helder had gezien. Langzaam vormde zich in mijn hoofd Het Grote Plan.

Leave A Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *